Een naam van twee letters en dertien maanden

In juni 2025 tekende rechter Trina L. Thompson van het noordelijke district van Californië een voorlopige voorziening die OpenAI verbood de naam io te gebruiken voor een hardwareproduct. Eiser was iyO Inc., een klein bedrijf in draagbare techniek met het federaal geregistreerde merk IYO. Gedaagden waren OpenAI en Io Products Inc., het hardware-initiatief dat met Jony Ive in huis was gehaald, voortgekomen uit een van de best bekeken productaankondigingen van het jaar.

OpenAI ging in beroep en verloor. Het hof van beroep van het negende circuit hield in november 2025 zitting en bekrachtigde de voorziening in december, in een uitspraak van de raadsheren Sidney R. Thomas, Daniel A. Bress en Salvador Mendoza Jr. In april 2026 ging rechter Thompson verder en legde een volledig voorlopig verbod op, waarmee OpenAI elk in het handelsverkeer verwarringwekkend teken werd verboden.

Op maandag 27 juli lieten partijen de rechtbank weten dat zij hadden geschikt. Zij verzochten de zaak een week aan te houden terwijl de afspraak werd afgerond, één dag voor een zitting over het verzoek van OpenAI de uitbreiding te schrappen of af te wijzen. De voorwaarden werden niet bekendgemaakt. Dertien maanden, één districtsrechter, een hof met drie raadsheren en twee verboden, om twee letters.

De concessie die te laat kwam

Het detail dat hier een besluitvormingsverhaal van maakt en geen merkenverhaal staat in de verklaring van OpenAI zelf. Het bedrijf zei eerder dit jaar te hebben besloten de naam io niet te gebruiken. Het gaf het betwiste goed op en moest in juli toch schikken.

De reden is dat de zaak toen niet langer alleen over de naam ging. iyO had de eis uitgebreid met vorderingen over bedrijfsgeheimen, en het antwoord van OpenAI was een verzoek die uitbreiding te schrappen of af te wijzen, de processuele handtekening van een gedaagde die terug wil naar het kleinere geschil. Een merk opgeven beantwoordt een merkvordering. Het zegt helemaal niets over de stelling dat iets anders is meegenomen.

Dat is de overdraagbare les, en het is een les over timing en niet over recht. Een betwist goed opgeven is een echte oplossing zolang dat goed de hele zaak is. Zodra een eiser daaroverheen heeft uitgebreid, kost de concessie u het goed en levert zij niets op, want de vordering die zij zou hebben opgelost is niet langer de vordering waartegenover u staat. Het venster is smal en het sluit op het tempo van de eiser.

Let ook op wat de concessie met uw eigen positie doet. Terugtreden op de naam na een verbod is geen neutrale commerciële keuze; het is een handeling die de rechter, de financier en de wederpartij alle drie lezen als een concessie ten gronde. Als u iets gaat opgeven, zit de waarde van vroeg handelen niet alleen in de lagere prijs. Zij zit erin dat het vroeg genoeg nog op een besluit lijkt en niet op een uitkomst.

Procesfinanciering nam de uitputtingsoptie weg

De strategische aanname die een groot bedrijf tegenover een kleine eiser meestal hanteert, is dat het geld van de kleine eiser opraakt voordat het geduld van de grote opraakt. Zij wordt zelden opgeschreven en klopt heel vaak. Hier klopte zij niet, omdat iyO steun kreeg van een procesfinancier.

Financiering door derden is de stille structurele verandering van het afgelopen decennium in handelsgeschillen, en het effect ervan is juist het doorbreken van die aanname. Een gefinancierde eiser heeft de balans van een investeerder en de prikkels van een eiser. Aan het bedrijf verandert zichtbaar niets. De omvang van de kantoren, het personeelsbestand en de omzet blijven precies waar ze waren, en daarom past de tegenpartij haar rekensom vaak niet aan.

Voor een ondernemer is de praktische aanwijzing kort: stel vast of de wederpartij gefinancierd is voordat u kiest voor procederen in plaats van schikken. Het is doorgaans te achterhalen, en het is het ene feit dat de verwachte kosten van de gekozen route het sterkst verandert. Een geschil dat u op uithoudingsvermogen wint van een ongefinancierde tegenstander moet u inhoudelijk winnen van een gefinancierde.

Er is een tweede punt voor wie aan de andere kant van die vergelijking staat. Bent u de kleinere partij met een sterke vordering en zonder budget, dan is financiering nu een reële route, en het bestaan van die route is mede de reden waarom wederpartijen vroege schikkingsvoorstellen serieuzer zouden moeten nemen dan vroeger.

Waar de merktoets werkelijk thuishoort

De meeste bedrijven behandelen de merktoets als een formaliteit die ergens vóór de lancering plaatsvindt. Deze zaak verplaatst haar. OpenAI kondigde het merk io publiekelijk aan, met veel aandacht, en de voorlopige voorziening volgde binnen weken. De aankondiging leverde het bewijs van gebruik in het handelsverkeer op dat een merkeiser nodig heeft, en zij maakte het tegelijk duur om het geschil stilletjes te verliezen.

De beslissing over een naam is dus geen juridische taak vlak voor levering. Zij ligt vóór de aankondiging, wat in de praktijk betekent vóór het vastleggen van de lanceerdatum, want een getoetste alternatieve naam is goedkoop in maart en onmogelijk in juni. In Europa geldt dezelfde volgorde met andere instanties, voor een Nederlands bedrijf het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom naast het Unieregister, en het risico van een kort geding komt hier zo mogelijk sneller dan aan de overkant van de oceaan.

Doe de toets in de volgorde waarin het risico binnenkomt: eerst het register, dan de aankondiging, dan het product. Een naam is een van de zeer weinige productbeslissingen die een rechter voor u kan terugdraaien, op een moment dat iemand anders kiest, en deze werd twee keer teruggedraaid.