De aansluiting lag er al
Bij een stuwmeercentrale in Noord-Spanje staan het onderstation, het schakelveld en het aansluitcontract er al decennia, en dat contract is inmiddels het waardevolste van de drie. Ember, de denktank voor energievraagstukken, publiceerde op 21 juli 2026 het rapport 'Power on tap: EU hydro giants can add 25 GW renewables without new grids'. De kernbevinding staat er zonder omhaal: er kan 25 GW wind en zon worden toegevoegd aan bestaande waterkrachtcentrales in zeven EU-landen, rekening houdend met milieurestricties.
Die zeven zijn Oostenrijk, Bulgarije, Frankrijk, Italië, Portugal, Roemenië en Spanje. Samen bezitten zij 93 GW van de 131 GW waterkracht in de Europese Unie, en die concentratie verklaart de omvang van het getal. Een waterkrachtcentrale is een producent met een al vergund aansluitpunt, vrije uren op de kabel en heel vaak grond binnen het eigen hek.
Niet alles komt in aanmerking, en het rapport doet ook niet alsof. Na de milieutoets blijft ongeveer 28% van de grote waterkrachtcapaciteit in de zeven landen geschikt, met een spreiding van 77% in Oostenrijk tot 7% in Bulgarije. De 25 GW is wat die toets overleeft.
De wachtrij is de bindende beperking
Een hergebruikte aansluiting is zo veel waard omdat nieuwe er praktisch niet meer zijn. Ember vat het gat in één zin samen: er bestaat een tekort van minstens 120 GW tussen de beschikbare netcapaciteit en de verwachte groei van hernieuwbare energie tot 2030.
Daartegenover verwachten de zeven landen tussen 2026 en 2030 138 GW aan nieuwe wind en zon. De 25 GW die op bestaande waterkrachtaansluitingen zou passen, is 18% van het hele programma, dus bijna een vijfde zou kunnen doorgaan zonder het net om iets nieuws te vragen.
De benuttingscijfers laten zien wat delen oplevert. Een stuwmeer- of pompaansluiting draait vandaag op 19% en haalt 36% zodra zon meelift, of 31% met wind; een rivierkrachtaansluiting gaat van 29% naar 47% met zon, of 42% met wind. Aan het net veranderde niets. Aan de vergunning wel.
Twee regeringen schreven de regel
Wie dit mag, bepaalt de regelgeving en niet de techniek. Ember is helder over de stand van zaken: van de zeven onderzochte landen bieden alleen Portugal en Spanje ondersteunende regelgevende kaders. De twee voerden specifieke regelgeving in, al in 2020 respectievelijk 2022, dus Spanje in 2020 en Portugal in 2022.
Wat die regels doen is concreet. Een hybride project in Spanje of Portugal slaat de aansluitwachtrij op volgorde van binnenkomst over en stelt financiële zekerheden die met 50% zijn verlaagd. De Europese Commissie heeft voorgesteld vergunningen voor hybride aansluitingen op drie maanden te maximeren. Elisabeth Cremona, hoofd energie-infrastructuur bij Ember, zei het zo: "Not only could hybrid projects 'jump the queue' - if regulations are developed well - but they could also come online faster."
Elders ontbreekt vooral het bestuurlijke deel. Ember noemt Litouwen als nog een lidstaat wiens kader een blauwdruk biedt, terwijl Oostenrijk met 77% technisch geschikte grote waterkracht geen eigen kader heeft om die te gebruiken. De fysica is klaar en het papierwerk niet.
Wat dit verandert voor een stroominkoper
Wie de komende twee jaar industriële stroom contracteert op het Iberisch schiereiland, krijgt van een tegenpartij met een hybride locatie een kortere weg naar inbedrijfstelling dan van een partij die nog op een nieuwe aansluiting wacht, en die zekerheid weegt zwaarder dan een prijs in de kop. Daar wordt ook de volgende tranche goedkope, snelle en redelijk vaste Europese productie gebouwd, dus daar verschijnt nieuw PPA-volume het eerst.
De grenzen verdienen dezelfde helderheid. Ember is een denktank en geen toezichthouder, en de 25 GW is technisch potentieel na een milieutoets, geen projectportefeuille; de 7% geschiktheid in Bulgarije laat zien hoe snel het cijfer in sommige markten instort. Water Power Magazine en PV Tech berichtten allebei op 21 juli 2026 over het rapport.
Lees hierna: Een datacenter krijgt zijn eigen centrale van 2,67 GW | Google en RWE steunen Duitse fusie met 411 miljoen



