Nederlandse Collectieve Zaak Krijgt Luidere Steun

Stop Killing Games, de belangenorganisatie die bekendstaat om druk op uitgevers om gekochte games speelbaar te houden nadat de ondersteuning stopt, maakte op 10 augustus 2026 bekend een Nederlandse collectieve rechtszaak tegen Sony over de prijzen in de PlayStation Store te steunen. De onderliggende zaak werd in februari 2025 aangespannen door de Stichting Massaschade & Consument, een Nederlandse stichting die consumentenclaims bundelt, via het Nederlandse WAMCA-mechanisme voor collectieve acties.

Op 29 juni 2026 vond een bevoegdheidszitting plaats, en een uitspraak over de bevoegdheid staat op het moment van schrijven nog uit. Geen enkele rechter heeft al beslist of de zaak inhoudelijk mag worden behandeld, laat staan of Sony iets fout heeft gedaan.

Wat De Zaak Omvat, In Cijfers

De rechtszaak betreft ruwweg 1,7 miljoen Nederlandse eigenaren van PlayStation 4 en PlayStation 5 die sinds 29 november 2013, de dag waarop de PS4 in Nederland lanceerde, games of content kochten in de PlayStation Store.

DetailCijfer
Betrokken eigenarenruwweg 1,7 miljoen Nederlandse PS4/PS5-eigenaren
Geëiste schadevergoedingmeer dan 400 miljoen euro
Aankopen gedekt sinds29 november 2013 (PS4-lancering in Nederland)
Zaak aangespannenfebruari 2025
Bevoegdheidszitting29 juni 2026
Uitspraak over bevoegdheidnog uitstaand
Aangehaald prijsverschil digitaal/fysiekgemiddeld 47 procent duurder

De aankondiging van Stop Killing Games op 10 augustus 2026 gaf publieke steun aan een zaak die al anderhalf jaar door de Nederlandse rechtbanken liep.

Het Cijfer Van 47 Procent Is Het Echte Argument

Een economische studie die aan de rechtszaak ten grondslag ligt, toonde aan dat digitale PlayStation-games gemiddeld 47 procent duurder zijn dan vergelijkbare fysieke exemplaren, zo berichtten Kotaku en GamesRadar+.

De eisers stellen dat dit verschil de volledige controle van Sony over de prijzen in de PlayStation Store weerspiegelt als gesloten marktplaats met een enkele winkel, soms een platformbelasting genoemd: zonder concurrerende digitale winkel op PlayStation-hardware kan Sony digitale prijzen vaststellen zonder de directe concurrentiedruk die fysieke winkelprijzen wel omlaag drukt. Dat cijfer reikt ver voorbij deze ene rechtszaak. Elke uitgever of ontwikkelaar die uitsluitend via een enkele gesloten winkel verkoopt, op PlayStation of elke andere console, staat voor dezelfde structurele omstandigheden die de studie beschrijft, en een verschil van 47 procent is nu een concreet, onderbouwd cijfer waarnaar zowel prijsteams als toezichthouders kunnen verwijzen.

Een Testcase Voor Hoe De EU Platformhouders Behandelt

Deze rechtszaak is ook een echte test van het Nederlandse WAMCA-mechanisme voor collectieve acties, gebruikt tegen een platformhouder in plaats van een gewone verkoper, los van hoe de onderliggende prijsclaim tegen Sony uiteindelijk wordt beslist.

WAMCA geeft een gekwalificeerde stichting de mogelijkheid om namens een afgebakende groep consumenten een enkele collectieve claim in te dienen, in plaats van duizenden individuele Nederlandse PlayStation-eigenaren afzonderlijk te laten procederen, en werd tot nu toe vooral gebruikt tegen bedrijven die fysieke goederen of diensten verkopen, niet tegen exploitanten van digitale marktplaatsen. Hoe Nederlandse rechtbanken uiteindelijk over de bevoegdheid oordelen, en later over de inhoud als de zaak doorgaat, zal worden gezien als een signaal voor hoe EU-consumentenbeschermingsrecht tegen digitale marktplaatsen zich breder ontwikkelt, verder dan alleen dit ene geschil met Sony.

Wat Dit Voorlopig Betekent Voor Sony

Sony is in deze zaak nergens aansprakelijk voor bevonden, en de uitspraak over bevoegdheid die de claim überhaupt zou laten doorgaan, staat op het moment van schrijven nog altijd uit.

Wat wel is veranderd, is de zichtbaarheid: een belangenorganisatie met een bestaand publiek rond platformverantwoording is nu publiekelijk aan de zaak verbonden, en het cijfer van 47 procent prijsverschil krijgt een tweede leven als argument dat andere eisers, toezichthouders of concurrenten kunnen hergebruiken tegen elke gesloten digitale winkel, bij PlayStation of elders.