Wat op 1 augustus af was
Dinsdag werden medewerkers van Anthropic, Google, Meta en OpenAI verwacht bij het Office of the National Cyber Director om te spreken over een document dat geen van hen aan een klant mag laten zien. Twee dagen eerder had het Witte Huis bevestigd dat het vrijwillige kader dat presidentieel besluit 14409 eist, op tijd klaar was. "Het vrijwillige kader dat in het besluit van 2 juni is beschreven, was op de deadline compleet", zei een medewerker. "Gesprekken met de industrie over vervolgstappen lopen."
Het besluit, ondertekend op 2 juni 2026 en getiteld Promoting Advanced Artificial Intelligence Innovation and Security, kende twee gedateerde opleveringen: een clearinghouse voor AI-cyberveiligheid bij het ministerie van Financiën voor 2 juli, en dit kader voor 1 augustus. Daarmee mag de federale overheid tot 30 dagen over een onder het kader vallend frontier-model beschikken voordat dat model andere vertrouwde partners bereikt, die ontwikkelaar en overheid samen kiezen. Het besluit stelt duidelijk dat het geen vergunningplicht, voorafgaande goedkeuring of toestemmingsstelsel schept.
Wat wordt achtergehouden weegt zwaarder dan wat is opgeleverd. Het kader is niet als geheim geclassificeerd, maar is niet gepubliceerd. De benchmark die geavanceerde cybercapaciteiten beoordeelt is wel geheim, en dat geldt ook voor de drempel die bepaalt welke modellen eronder vallen, die met ontwikkelaars wordt gedeeld wanneer dat opportuun lijkt. Op de vraag waarom een niet-geheim document niet openbaar is, antwoordde een medewerker: "Dat iets niet geheim is, betekent niet dat we het aan iedereen gaan uitzenden." Google, OpenAI en Anthropic bekeken eind juli een concept en stuurden wijzigingen in.
In dezelfde week publiceerde Brussel zijn getal
Op 2 augustus begon de Commissie met de handhaving van de regels van de AI-verordening voor modellen voor algemene doeleinden. Artikel 51 legt vast wanneer een model een model met systeemrisico wordt: het wordt verondersteld capaciteiten met grote impact te hebben wanneer de cumulatieve rekenkracht voor de training meer dan 10^25 drijvendekommabewerkingen bedraagt, of wanneer de Commissie een gelijkwaardige capaciteit vaststelt aan de hand van de criteria in bijlage XIII.
Dat getal ligt niet vast. Artikel 51, lid 3, staat de Commissie toe de drempel bij gedelegeerde handeling aan te passen aan algoritmische vooruitgang en hardware-efficiëntie. Maar het beweegt in het openbaar, in een gepubliceerd instrument, en zolang het niet beweegt kan iedereen met een rekenmachine en de trainingsgegevens van de leverancier uitrekenen aan welke kant van de lijn een model ligt.
De asymmetrie gaat niet over strengheid. Twee rechtsgebieden haalden in dezelfde week een deadline over dezelfde variabele en maakten tegengestelde keuzes over openbaarmaking. Het bindende stelsel publiceerde de lijn die het bereik bepaalt. Het vrijwillige stelsel verklaarde die geheim en liet een inlichtingendienst de test erachter bouwen. Dat is het omgekeerde van wat de meeste kopers van regelgeving verwachten.
Wat een geheime drempel doet met een zekerheidsketen
Waarom dit telt: een leverancierszin als "ons model heeft de federale toetsing doorlopen" kan door de lezer niet worden gecontroleerd. U kunt niet vaststellen dat het model ooit binnen het bereik viel, want het criterium daarvoor is geheim. U kunt de benchmark niet lezen, want die is geheim. En u kunt niet onderscheiden of het ontbreken van een toetsing betekent dat het model onder de lijn zat of dat de ontwikkelaar eenvoudigweg niet meedeed, want deelname is vrijwillig.
Dit is geen gewone commerciële vertrouwelijkheid. Een auditrapport dat u niet te zien krijgt, blijft een rapport dat een onafhankelijke partij tegen een gepubliceerde norm heeft opgesteld, en die norm is waar u op steunt. Hier is de norm zelf het geheim en is de beoordelaar een overheid, met de National Security Agency centraal in het benchmarken. Geen derde kan conformiteit verklaren, omdat er niets gepubliceerds is om aan te voldoen.
Het praktische gevolg is dat de zekerheid terugvalt op het enige stelsel dat zijn criteria afdrukt. Voor een Nederlandse koper is de status onder artikel 51 een feit over het model en geen bewering over een procedure: ofwel overschrijdt de trainingsrekenkracht de drempel, ofwel niet, en de verplichtingen die daaruit volgen staan op papier en worden gehandhaafd door het AI-Bureau van de Commissie, niet door een nationale toezichthouder. Dat maakt een model niet veilig. Het maakt een regel in uw leveranciersvragenlijst beantwoordbaar.
Wat te doen voor het volgende contract
Drie vragen zijn deze maand het toevoegen waard. Ten eerste: is het model een model voor algemene doeleinden met systeemrisico onder artikel 51, en op welke grond, rekenkracht of aanwijzing door de Commissie? Dat antwoord is te controleren. Ten tweede: neemt de leverancier deel aan het Amerikaanse vrijwillige programma voor vroege toegang? Archiveer het antwoord als niet-verifieerbare verklaring, niet als bewijs. Ten derde: waartoe verbindt de leverancier zich als zijn deelname verandert? Die melding is alle zichtbaarheid die u krijgt. Wie in Nederland inkoopt moet bovendien weten dat voor modellen voor algemene doeleinden de Commissie bevoegd is; een nationale toezichthouder kan deze vraag niet beantwoorden.
Het bredere punt voor wie dit kwartaal AI-clausules schrijft is eenvoudig. Een toezichtbewering is precies zoveel waard als haar criterium. Een stelsel dat een getal publiceert geeft u iets om een leverancier aan te houden. Een stelsel dat het getal geheim verklaart geeft u een zin.
Lees hierna: Brussel keurt AI voordat die u bereikt | Brussel kan nu het model waarop u bouwt intrekken



