Wat de rechtbank daadwerkelijk besliste
Het Landgericht Muenchen I kwam in een uitspraak van 28 mei 2026 (Az. 26 O 869/26) over door AI gegenereerde zoeksamenvattingen tot een conclusie die iedere exploitant van een klantgerichte AI-functie tot nadenken zou moeten stemmen. De rechtbank behandelde deze samenvattingen niet als een neutrale doorgifte van wat bronnen van derden zeiden, maar als de eigen zelfstandige uitspraken van de exploitant, voortgebracht door zijn eigen systemen. Op die grondslag achtte zij de exploitant direct verantwoordelijk voor lasterlijke onjuiste inhoud, waaronder uitspraken die in het geheel niet in de onderliggende bronnen voorkwamen.
De rechtbank verwierp ook een verweer waarop veel bedrijven stilzwijgend leunen: de gedachte dat een gebruiker de uitvoer zelf kan en zou moeten controleren. Zij redeneerde dat de enkele mogelijkheid dat een gebruiker een uitspraak door nader onderzoek weerlegt, in de regel de aansprakelijkheid van de exploitant niet wegneemt. De uitspraak zou effect hebben tot buiten de Duitse grenzen. Het is goed om duidelijk te stellen dat dit een enkele uitspraak in eerste aanleg is en openstaat voor hoger beroep, dus het is een serieus richtinggevend signaal en geen definitief, vaststaand recht. Dit artikel is een verslag van die ontwikkeling en algemene overwegingen, geen juridisch advies.
Waarom dit het AI-risico voor eigenaren opnieuw kadert
Jarenlang gold de werkaanname dat een generatieve functie informatie slechts naar voren haalt of herformuleert, terwijl de echte inhoud elders zit. Deze uitspraak stelt die aanname ter discussie. Als een samenvatting die uw product genereert wordt behandeld als uw eigen woorden, dan houdt een zelfverzekerde verzinning, vaak een hallucinatie genoemd, op een technische eigenaardigheid te zijn en gaat zij lijken op een publicatie- en lasterrisico. Die verschuiving is het meest van belang voor alles wat klantgericht is: chat-assistenten, geautomatiseerde supportantwoorden, productbeschrijvingen, onderzoeksoverzichten, of elke functie die tekst samenstelt over personen, bedrijven of producten.
De timing verscherpt het punt. De herziene richtlijn inzake productaansprakelijkheid moet uiterlijk 9 december 2026 in Duits recht worden omgezet, en zij moderniseert hoe aansprakelijkheid van toepassing is op software en op AI aangedreven producten. Een enkele rechterlijke uitspraak en een enkele richtlijn beslechten het veld niet, en het hoger beroep kan delen van deze redenering versmallen of ondermijnen. Samen wijzen zij echter dezelfde kant op: het tijdperk waarin AI-uitvoer als andermans probleem werd behandeld, loopt ten einde, en eigenaren doen er verstandig aan te plannen alsof hun systemen spreken met de eigen stem van het bedrijf.
Wat een verstandige exploitant nu overweegt
De eerste zinvolle stap is een inventarisatie, geen paniek. Breng in kaart op elke plek waar uw systemen tekst genereren die een klant, partner of lid van het publiek leest, en noteer welke daarvan feitelijke beweringen kunnen doen over identificeerbare personen of bedrijven. Dat zijn de functies die het scherpste risico dragen onder een redenering zoals die van de rechtbank. Vanaf daar zijn verstandige maatregelen om af te wegen onder meer menselijke beoordeling van uitvoer met een hoger risico, heldere interne vastlegging van hoe een functie is gebouwd en getest, retrieval die antwoorden verankert in verifieerbare bronnen, en eerlijke etikettering die de nauwkeurigheid niet overdrijft.
Niets hiervan vervangt advies dat is toegesneden op uw situatie, en uw eigen raadsman zou moeten afwegen hoe deze uitspraak, het hoger beroep en de komende richtlijn op u van toepassing zijn. Het praktische doel is bescheiden en haalbaar: begrijp waar uw AI namens u spreekt, beslis achter welke van die plekken u zich met een gerust hart kunt scharen, en zet controles waar de belangen echt zijn. Dat is een governance-vraag die een leidinggevend team kan bezitten, ruim voordat het een vraag in de rechtszaal wordt.
Lees hierna: Amerikaanse quantumdeadline raakt uw keten · Onrechtmatig verkregen data wint toch bij de rechter