Software en AI zijn nu producten

De EU-richtlijn productaansprakelijkheid (EU) 2024/2853 is in werking getreden en moet door de lidstaten worden omgezet voor 9 december 2026. Voor het eerst geldt software als een product, of het nu is ingebed in een apparaat, gedownload, of geleverd als een dienst, en AI-systemen worden behandeld als een vorm van software. Het regime van risicoaansprakelijkheid dat lang van toepassing was op een gebrekkige rem of een defect apparaat geldt nu voor het model en de toepassing die u uitlevert.

Dit dicht een gat waarop producenten jarenlang hebben vertrouwd. De Europese Commissie heeft haar afzonderlijke richtlijn AI-aansprakelijkheid begin 2025 ingetrokken, waardoor de richtlijn productaansprakelijkheid nu de belangrijkste civielrechtelijke weg is voor iedereen die schade lijdt door een AI-systeem. De regels gelden voor producten die na de deadline in de handel worden gebracht of in gebruik worden genomen, wat betekent dat het regime dat u vandaag ontwerpt het regime is waarnaar een rechter morgen zal oordelen.

Complexiteit beschermt u niet langer

De verandering die er het meest toe doet, is procedureel. Een eiser moet nog steeds een gebrek, de schade en het verband daartussen aantonen, maar de richtlijn verlicht die bewijslast juist daar waar AI het moeilijkst te betwisten is. Wanneer het bewijs buitensporig moeilijk is vanwege de technische of wetenschappelijke complexiteit van het product, en een gebrek ten minste waarschijnlijk is, kan de rechter zowel het gebrek als het oorzakelijk verband vermoeden.

Lees dat af tegen hoe AI zich werkelijk gedraagt. De ondoorzichtigheid van een model was vroeger een informeel verweer, omdat geen enkele buitenstaander kon bewijzen hoe een uitkomst tot stand kwam. Onder het nieuwe regime activeert diezelfde ondoorzichtigheid het vermoeden. Het argument dat niemand kan bewijzen dat het systeem heeft gefaald, werkt nu tegen de producent, niet voor hem.

Openbaarmaking is de nieuwe frontlinie

De richtlijn koppelt het vermoeden aan een openbaarmakingsplicht. Wanneer een eiser een plausibele zaak presenteert, moet de marktdeelnemer het noodzakelijke en evenredige bewijs in zijn beheer prijsgeven, behoudens de bescherming van werkelijke bedrijfsgeheimen. Weigert u dat, dan kan de rechter vermoeden dat het product gebrekkig was. Het achterhouden van uw logbestanden, modeldocumentatie en testverslagen is niet langer een neutrale handeling; het wordt bewijs tegen u.

Voor elk bedrijf dat AI bouwt, integreert of inzet, maakt dit van documentatie een juridisch bezit. De verslagen die aantonen hoe een systeem is getraind, getest, bewaakt en gecorrigeerd, zijn wat u zult overleggen wanneer een vordering binnenkomt, en het ontbreken ervan is wat een rechter u zal aanrekenen. Duitsland beweegt in dezelfde richting met een hervorming van zijn Produkthaftungsgesetz, zijn eerste fundamentele herziening sinds 1989, recht gericht op software en AI.