Een deadline die verschoof, maar alleen aan het verre einde
De Europese Commissie publiceerde haar voorstel voor herziening van het EU-emissiehandelssysteem op 17 juli 2026, samen met een nieuw Electrification Action Plan. Verborgen in het technische detail zat een wijziging in het tempo waarmee gratis CO2-rechten verdwijnen voor de sectoren die onder het koolstofgrensmechanisme vallen, staal, cement, aluminium, meststoffen en waterstof. De gratis toewijzing voor deze sectoren wordt momenteel uitgefaseerd volgens een schema dat loopt van 2026 tot begin jaren 2030. Het voorstel van de Commissie vertraagt dat pad: 15 procent van de reeds uitgefaseerde gratis toewijzing zou vanaf 2028 opnieuw worden ingevoerd, en de volledige uitfaseringshorizon zou verschuiven naar 2038, volgens de eigen EU Climate Action-pagina van de Commissie die de hervorming beschrijft.
Die verlichting is niet onvoorwaardelijk. Lidstaten zouden 50 procent van hun nationale ETS-veilinginkomsten moeten inzetten voor decarbonisatie van de sectoren die het systeem dekt, een verplichting die de Commissie op meer dan 100 miljard euro aan investeringen voor 2030 raamt. Het geld zou moeten stromen via een nieuwe Industrial Decarbonisation Bank en een Investment Booster, bovenop het bestaande Innovatiefonds en Moderniseringsfonds. Een apart voorstel, dezelfde dag gepubliceerd, verhoogt de zogenoemde terugvalbenchmarks voor warmte en brandstof, waarmee ongeveer 80 miljoen extra gratis rechten vrijkomen voor energie-intensieve industrie tussen 2026 en 2030. Beide voorstellen doorlopen nu de gewone wetgevingsprocedure, waarbij de Commissie een akkoord tussen Parlement en Raad begin 2027 nastreeft.
Het antwoord van de staalsector: het verkeerde getal verschoof
EUROFER, de Europese staalvereniging, reageerde dezelfde dag waarop de Commissie haar voorstel publiceerde. De verklaring is geen afwijzing. Directeur-generaal Axel Eggert verwelkomde de herziene staalbenchmarks als een sterkere stimulans voor koolstofarme technologie zoals waterstofgebaseerde directe reductie. Maar zijn centrale punt gaat in tegen de kop van verlichting: ongeveer 35 procent van de conventionele Europese staalcapaciteit moet tegen 2030-2032 worden omgebouwd tot waterstofklare installaties, wat de aanname ondersteunt dat de sector tegen 2033 een bijna volledig koolstofarme productie bereikt. Eggert noemde die aanname een fantasie zonder de randvoorwaarden die eerst op orde moeten zijn, namelijk betaalbare schone elektriciteit en waterstof op industriële schaal, waarvan geen van beide vandaag bestaat op de schaal of tegen de prijs die Europese staalproducenten nodig zouden hebben.
Het detail dat ertoe doet voor wie alleen de kop van 2038 leest, is wat EUROFER als ongewijzigd markeerde: de verlaging van de gratis toewijzing voorzien rond 2029-2030, precies het venster dat de nu genomen investeringsbeslissingen daadwerkelijk bepaalt, blijft grotendeels onaangetast door dit voorstel. Hetzelfde geldt voor een forse verlaging van de belangrijkste staalbenchmark voorzien voor 2031, die volgens EUROFER de bescherming tegen koolstoflekkage bedreigt die het hele systeem van gratis toewijzing juist moet bieden. Een EU-staalindustrie die 215 miljard euro jaaromzet genereert en direct 298.000 mensen tewerkstelt op meer dan 500 locaties in 22 lidstaten, krijgt te horen dat haar langetermijndeadline is versoepeld, terwijl de kortetermijndeadline die investeringsbeslissingen op fabrieksniveau dit decennium afdwingt, niet verschoof.
Wat dit betekent voorbij staal
De staalspecifieke cijfers zijn relevant voor staalproducenten. Het patroon is relevant voor elke industriële energie-inkoper in de EU die een regelgevende CO2-kostencurve volgt om een decarbonisatie-investeringsplan te dimensioneren, chemie, cement, glas, meststoffen, elke sector binnen de CBAM-omtrek of daarnaast. De Commissie verschoof het deel van het schema dat politiek zichtbaar en makkelijk als verlichting aan te kondigen is, de einddatum 2038, terwijl het deel dat investeringsbeslissingen daadwerkelijk afdwingt, de benchmarkverlagingen 2029-2031, feitelijk bleef staan. Dat is niet noodzakelijk slecht beleid. Het is echter wel een gegeven: een door de overheid vastgestelde CO2-kostendeadline is geen stabiele input om een tienjarig investeringsplan op te baseren, omdat het deel dat onder lobbydruk beweegt zelden het deel is dat het dichtst bij nu ligt.
De duurzamere beperking is helemaal niet regelgevend. Ze is fysiek: of schone elektriciteit en groene waterstof daadwerkelijk in industrieel volume en tegen industriële prijzen aankomen binnen het tijdschema dat het beleid veronderstelt. Het bezwaar van EUROFER is niet dat de deadline oneerlijk is, het is dat de netwerk- en waterstofinfrastructuur erachter in geen enkele lidstaat bestaat op de schaal die de aanname van volledige decarbonisatie tegen 2033 vereist. Een operator die plant rond de ETS-kalender zou de aanbodcurve voor elektriciteit en waterstof moeten volgen, niet de wetgevende, want die wetgevende curve heeft al laten zien dat ze buigt om een niet-klare aanbodcurve op te vangen, en dat zal ze het meest doen dicht bij de deadlines die politiek het moeilijkst te verdedigen zijn, niet bij de deadlines die het verst weg liggen.
Lees hierna: Duitsland geeft eigenaren tot 2027 om nieuwe netwerktarieven te ontwijken | PJM Opent 10 Snelspoorplekken in een Wachtrij van 220GW



