Wat het Hof precies heeft beslist

Zaak C-788/24 kwam bij het HvJEU terecht vanwege een echt lastige auteursrechtelijke situatie: het Dagboek van Anne Frank is in België en verschillende andere EU-lidstaten al jaren vrij van auteursrecht, maar blijft in Nederland beschermd tot 2037, met rechten die sinds de dood van Otto Frank bij de Anne Frank Fonds liggen. In 2021 publiceerde een Belgische entiteit online een wetenschappelijke uitgave van het dagboek, met geoblocking om te voorkomen dat Nederlandse bezoekers toegang kregen tot inhoud die in Nederland nog steeds inbreuk zou maken op het auteursrecht. De Anne Frank Fonds spande toch een zaak aan, en de zaak werkte zich helemaal op tot het hoogste hof van de EU.

Het antwoord van het Hof, gegeven op 9 juli 2026, was dat het online publiceren van auteursrechtvrije inhoud in de hele EU rechtmatig is, zelfs waar diezelfde inhoud elders nog beschermd blijft, mits de geoblocking van de uitgever een echt 'evenredige en bij de stand van de techniek passende' technische maatregel is. Ze hoeft niet perfect te zijn. Een bezoeker die haar met een VPN omzeilt, maakt de geoblocking daardoor alleen nog niet juridisch ondoeltreffend - maar een systeem dat steunt op eerlijke locatie-opgave door bezoekers zelf, haalt de toets niet, aldus het arrest.

Goed genoeg, niet waterdicht

Het onderscheid dat het Hof maakt weegt zwaarder dan het op het eerste gezicht lijkt. Voor dit arrest had elke uitgever die op geoblocking vertrouwde om grensoverschrijdende auteursrechtelijke risico's te beheersen geen duidelijk antwoord op een voor de hand liggende vraag: hoe goed moet die blokkade eigenlijk echt zijn? Perfect en niet te omzeilen was nooit realistisch, aangezien VPN-gebruik door consumenten legaal is en wijdverbreid in de hele EU. Het antwoord van het Hof haalt die onmogelijke lat weg en vervangt haar door een realistische - marktconform, technisch actueel, oprecht geprobeerd - terwijl het nog altijd meer vereist dan een simpel systeem op erewoord.

CMS' juridische analyse van het arrest, geschreven door Sarah Wright, Agnes Solyom en Mike Walsh, merkt op dat het Hof de daadwerkelijke beoordeling van wat als 'doeltreffend' geldt overlaat aan de verwijzende Nederlandse rechter, met een evenredigheidstoets in plaats van een vaste checklist. Er komt uit dit arrest geen EU-brede gecertificeerde lijst van conforme geoblocking-leveranciers of -methoden - alleen een norm die nationale rechters per geval moeten toepassen.

VPN-aanbieders kregen zomaar een aansprakelijkheidsschild

De tweede helft van het arrest is voor een veel grotere sector dan wetenschappelijk publiceren vermoedelijk nog verstrekkender. Het Hof oordeelde dat VPN-aanbieders niet aansprakelijk kunnen worden gesteld enkel omdat hun product een gebruiker toelaat de geoblocking van een website te omzeilen. Dat is een direct antwoord op een juridische vraag waaronder VPN-bedrijven jarenlang in onzekerheid opereerden: stelt het verkopen van een tool die een geografische beperking omzeilt de verkoper bloot aan de auteursrechtclaim van de uitgever? Het antwoord van het HvJEU is, volgens het arrest, nee - VPN's zijn rechtmatige technische hulpmiddelen, en er een gebruiken om een geoblocking te omzeilen vormt op zich geen auteursrechtinbreuk, noch een reden om de VPN-aanbieder aansprakelijk te stellen.

Dat beschermt een grote juridische sector die is opgebouwd rond privacy- en toegangstools tegen een aansprakelijkheidstheorie die anders elk geoblocking-geschil in Europa had kunnen achtervolgen. Het raakt geen andere juridische vragen rond VPN-gebruik - alleen deze specifieke: of het mogelijk maken van het omzeilen van een geoblocking aansprakelijkheid voor de toolaanbieder schept.

De compliance-lat die nooit stopt met verschuiven

Hier komt het deel van dit arrest dat in de meeste koppen niet zal opduiken: 'stand van de techniek' is geen vaste norm. Hij wordt gemeten aan wat geoblocking- en VPN-detectietechniek daadwerkelijk kan op het moment dat een rechter de vraag beoordeelt - en dat vermogen blijft verbeteren. CMS' eigen analyse wijst erop dat uitgevers te maken hebben met verplichtingen tot 'doorlopend technisch onderhoud' en mogelijk een 'gedetailleerd onderzoek naar de systeemarchitectuur' nodig hebben om een specifieke opzet te verdedigen - geen eenmalige compliance-oefening.

Het praktische gevolg voor elk EU-bedrijf dat inhoud, prijzen of toegang per land beperkt - streamingplatforms, digitale archieven, territoriaal gelicentieerde SaaS, regionale prijspagina's - is dat een geoblocking-opzet die vandaag de lat haalt, geen garantie heeft die over drie jaar nog te halen, zelfs als aan de opzet zelf niets verandert, gewoon omdat de definitie van 'stand van de techniek' er intussen omheen blijft evolueren. Een zaak over een oorlogsdagboek heeft de EU-compliance-teams zonder het te willen een norm zonder eindstreep gegeven.